Formules voor verlangen

| 0
Formules voor verlangen
Auteur: Frans Meulenberg
Uitvoering: Hardcover / Stofomslag
Taal: Nederlands
Pagina's: 189
Uitgever: Belvédère, Overveen
Bestellen: Bij vrijwel iedere boekhandel of rechtstreeks via Frans Meulenberg
Bestellen link: https://www.fransmeulenberg.nl/contact-partners/
ISBN-10: 9073459257

Het motto van mijn dissertatie was afkomstig van dichter Jef Last: “Waarom, Si Youssef, zoek je verre bronnen en versmaad het water dat aan je voet voorbij vloeit?” Dit citaat trof ik aan in de bundel Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen (Hans Hafkamp, 1979). Citaat en boektitel vormen als het ware een prelude op de nieuwe bundel van Frans Meulenberg, die voor u ligt. Het stromende water en de verre bronnen zijn ieder voor zich een mooie metafoor voor het uiteenlopende karakter van de hier bijeengebrachte teksten. Meulenberg heeft namelijk sinds 1992 – het jaar waarin zijn artikelenreeks over “geneeskunde en bellettrie” van start ging – met vasthoudendheid het kleurrijke en contrastvolle palet van kunst en geneeskunde in kaart gebracht.

De titel Formules voor verlangen appelleert allereerst aan de verre bronnen (dromen, fantasie, visioenen en ambities) maar behelst ook een gevaar: het wegdrijven van de werkelijkheid. In die zin bevatten al die formules een waarschuwing: blijf bij wat je hebt (vanwege de risico’s van het dagdromen). Maar doet een mens zichzelf dan niet tekort? Kunnen wij leven zonder verlangens en uitdagingen? Meulenberg verwoordt dat in dit boek overigens cryptischer: “Wie is er niet zondermeer verlangen?” Deze passage deed mij denken aan enkele regels van dichter Gerrit Kouwenaar in ‘Er is geen elders waar het anders is’:

van behoefte naar verlangen is één stap.
van verlangen naar begeerte een tweede.
van begeerte naar nieuwe behoeften een derde.

Ligt in deze regels de kern van het menselijk streven besloten? Voor velen is verlangen immers een katalysator. Een drijfveer om de werkelijkheid eerst te ontstijgen, in de hoop deze verlangens vervolgens te realiseren, in diezelfde – maar inmiddels andere – werkelijkheid. De balans tussen verlangens en de werkelijkheid, is dat niet de gouden formule?

Met of zonder verlangens, het leven van alledag zit in ieder geval vol rituelen, bezweringen en formules en dat geldt zeker voor de geneeskunde. De patiënt verwoordt – soms trefzeker dan weer machteloos zoekend – zijn klachten, verontrusting en angsten in de spreekkamer. Die woorden zijn formules voor het verlangen om beter te worden. De arts, op zijn beurt, uit met woorden van geruststelling, voorlichting, advies, therapie en troost zijn professionele formules ter bevordering van genezing of berusting. Patiënt en arts communiceren via formules voor verlangen en beoefenen zo steeds weer en in miniatuur een schone kunst.

Frans Meulenberg bespeelt in zijn stukken veel registers uit literatuur, beeldende kunst, muziek en wetenschap. Het lijkt alsof de muzen van alle schone kunsten – bij Meulenberg inclusief wetenschap – in dit boek aan bod komen. Maar dat is onjuist. Het manuscript lezende, stelde ik mijzelf de vraag: ‘hoe zit het met beweging?’ Waarom ontbreekt de muze van de dans? Een vraag die des te meer prangt omdat het kernpunt – wat beweegt de mens? – zo nauw aansluit bij de thematiek van de auteur. Een goed referent brengt een discours op gang. Derhalve heb ik de vraag teruggekoppeld: vanwaar deze omissie?

Er kan sprake zijn van een functionele omissie, in die zin dat een bepaald thema ontbreekt om aan te geven dat de auteur er geen affiniteit mee heeft. Dat is zeer wel mogelijk. Maar dat blijkt niet het geval, want mijn signaal had een verrassende uitkomst. Het artikel waaraan de auteur zegt het meest gehecht te zijn, is nou juist een stuk over dans. Dit kleinood – gepubliceerd op de Achterpagina van NRC Handelsblad in 1995 – is echter nooit gebundeld, ook hier niet. Hier is dus sprake van een indicatieve omissie: Meulenbergs koestering voor de dans verraadt zich dus door de afwezigheid van de dans in dit breedspectrum boek.

Eens te meer blijkt dat wat iemand presenteert niet noodzakelijkerwijs de volledige expressie is van diens culturele en esthetische betrokkenheid bij de wereld. Hoe iemand zich presenteert, zegt natuurlijk ‘iets’ over een persoon, over diens belevingswereld. Maar die presentatie is soms slechts een deel van de thematische expressie, die ons anderen beter doet kennen. Hieruit valt een les te trekken. In het leren kennen van de ander moeten wij niet blijven steken in een oppervlakkige verkenning. Want wat een mens tentoonspreidt, is niet per se diens hele palet. Wat schittert door afwezigheid, schittert juist het meest. Maar je moet er wel oog voor hebben.

— Frans J. Meijman, huisarts, Hoogleraar medische publiekscommunicatie